BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Start hier
WELKOM
Naast dat Amsterdam een drukke stad in beweging is, is het ook een oude stad en een stad die zich steeds aan het ontwikkelen en uitbreiden is.

Dit betekent dat we naast moderne wegen ook kruisingen, verlaagde doorgangen (viaducten) en smalle straten hebben. En daar moeten we natuurlijk veilig werken.

Hoe ga je daar allemaal mee om? Dat ga jij nu oefenen. Je gaat kijken naar een aantal bijzondere situaties in de Vervoerregio Amsterdam. Jij moet steeds de situatie inschatten en beoordelen hoe je op de meest veilige manier kan werken.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
WIST JE DAT...
…er ruim 200 kilometer tramspoor ligt in Amsterdam waarvan circa 25% met overige verkeersdeelnemers en circa 23% met bussen, taxi's en nood- en hulpdiensten wordt gedeeld? Circa 52% is alleen voor tram toegankelijk.
Circa 52% van het tramspoor is alleen voor tram toegankelijk. Bijna de helft is dus ook toegankelijk voor ander verkeer en daar houd je rekening mee.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
WIST JE DAT...
…er in de Vervoerregio Amsterdam gemiddeld dagelijks op 6 tot 9 plekken één of meerdere vhp-trams aan het werk zijn?
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Wegverkeer weren
Vandaag werk je in hartje Amsterdam met jouw ploeg. Het is een druk bereden spoor met 3 tramlijnen, bussen, taxi’s en overig verkeer op de trambaan. De afzetting is volgens plan rond het werkvak neergezet. Jij loopt naar het begin van het werkvak en de ploeg start met werkzaamheden.

Je ziet een tram aankomen die door het werkvak wil rijden. Je weet wat je moet doen!
JOUW TAAK
Je fluit het geluidssein ( --- - --- ) om de ploeg uit het spoor te laten stappen. Daarna haal je de rode kegel uit het spoor en geef je het handsein (naar de seingever toerijden) aan de trambestuurder.

Achter de tram willen auto’s het werkvak inrijden. Wat doe je?

HET IS JOUW BEDOELING...

het overige verkeer op een veilige manier om het werkvak leiden.
WAT DOE JE NU?
A
Ik laat de tram langzaam passeren en geef een stopteken aan het overige verkeer, zodat ik ze om het werkvak kan leiden.
A
Ik laat de tram langzaam passeren en geef een stopteken aan het overige verkeer, zodat ik ze om het werkvak kan leiden.
B
Ik laat de tram en het verkeer langzaam door het werkvak rijden.
B
Ik laat de tram en het verkeer langzaam door het werkvak rijden.
C
Ik laat de auto’s achter de tram aan door het werkvak rijden. Dat is het snelste en zo ontstaat er geen vertraging.
C
Ik laat de auto’s achter de tram aan door het werkvak rijden. Dat is het snelste en zo ontstaat er geen vertraging.
Meer weten?
Maatregelen nemen
Dat is veilig! Je kan de tram het werkvak binnen laten en dan direct een kegel plaatsen. Met een kegel plaatsen (als er geen automatisch klaphek is) sluit je het werkvak af. Na het werkvak afgesloten te hebben, heb jij de tijd om het wegverkeer langs het werkvak te leiden.
Meer weten?
Wegverkeer gaat langs werkvak
Het is goed dat je voorzichtig bent, maar je moet de tram het werkvak binnenlaten en dan direct een kegel plaatsen. Daarna leid je het wegverkeer langs het werkvak.
Meer weten?
Onoverzichtelijke situatie
Goed dat je het verkeer snel wil laten passeren, maar zo kan er chaos ontstaan. Soms kan het niet omdat er een wisselbak open ligt, of de straat is opengebroken. Bovendien mag er geen verkeer door het werkvak. Je moet de tram het werkvak binnenlaten en dan direct een kegel plaatsen na het passeren van de tram (als er geen automatisch klaphek aanwezig is). Als volgende stap begeleid je het verkeer langs het werkvak, niet er doorheen.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Overige gebruikers van de vrije trambaan
Je staat bij een groot project waar de hele straat afgesloten is. Vandaag wordt het spoor vervangen en rijdt er ook geen tram. Je bent dus meer verkeersregelaar dan vhp-tram.

Naast het spoor is het asfalt verwijderd, maar de puinkorrelbaan is nog goed begaanbaar. In het V&G-plan staat dat nood- en hulpdiensten door het werkvak gelaten moeten worden bij spoedgevallen.

Het is 3 uur ’s middags. Je ziet een politieauto aankomen die het werkvak in wil rijden. Hij is ongeduldig en begint te toeteren.

Wat nu?
JOUW TAAK
Je moet de politieauto helpen volgens de regels.

HET IS JOUW BEDOELING...
de juiste maatregelen te nemen voor de politieauto zonder zwaailicht.
WAT DOE JE NU?
A
Ik geef de politieauto voorrang op het overige verkeer langs het werkvak.
A
Ik geef de politieauto voorrang op het overige verkeer langs het werkvak.
B
Ik geef hem geen voorrang. Hulpverleningsdiensten zonder zwaailichten zijn namelijk ook overig wegverkeer.
B
Ik geef hem geen voorrang. Hulpverleningsdiensten zonder zwaailichten zijn namelijk ook overig wegverkeer.
C
Ik onderbreek de werkzaamheden meteen en laat de politieauto door het werkvak.
C
Ik onderbreek de werkzaamheden meteen en laat de politieauto door het werkvak.
Meer weten?
Dat is goed!
Stuur de politieauto langs het werkvak via de openbare weg en laat hem niet door het werkvak of met voorrang langs het werkvak passeren. Als de politieauto wel een zwaailicht had ingeschakeld, dan was het een andere situatie.
Meer weten?
Onnodig zorg dragen
Dat is in dit geval niet van toepassing, want de politieauto heeft geen zwaailichten aan.

Hulpverleningsdiensten zonder zwaailichten krijgen geen voorrang. Net als de rest van het normale verkeer worden zij langs het werkvak geleid. Als de politieauto wel een zwaailicht had ingeschakeld, dan was het een andere situatie.
Meer weten?
Niet verstandig
Goed dat je meedenkt met de politie, maar het is niet verstandig om zomaar werkzaamheden stil te leggen. De ploeg schrikt misschien en dat is niet nodig.

Hulpverleningsdiensten (zoals de politieauto) zonder zwaailichten zijn net als alle andere overige verkeersdeelnemers en hebben geen voorrang. Als de politieauto wel een zwaailicht had ingeschakeld, dan was het een andere situatie.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Overige gebruikers van de vrije trambaan vervolg
Dit keer komt er in de verte een andere politieauto aangereden.

Deze politieauto heeft wél zwaailichten en sirene aan.

Wat nu?
JOUW TAAK
Herinner wat voor afspraken er hierover in het V&G-plan staan:






HET IS JOUW BEDOELING...
de juiste maatregelen te nemen voor nood- en hulpdiensten mét een zwaailicht.
WAT DOE JE NU?
  • Het werkvak moet te allen tijde een vrije doorgang voor nood- en hulpdiensten hebben.
  • Bij calamiteiten dient werkverkeer en ploegleden te wijken voor nood- en hulpdiensten.
A
Ik sluit het werkvak af en ik help de politieauto langs het werkvak, niet erdoor.
A
Ik sluit het werkvak af en ik help de politieauto langs het werkvak, niet erdoor.
B
Ik help de politieauto wanneer deze aan de beurt is, langs het werkvak.
B
Ik help de politieauto wanneer deze aan de beurt is, langs het werkvak.
C
Volgens afspraak uit het V&G-plan roep ik naar de bestuurders van werkverkeer en ploegleden aan de kant te gaan om de politieauto door het werkvak te laten.
C
Volgens afspraak uit het V&G-plan roep ik naar de bestuurders van werkverkeer en ploegleden aan de kant te gaan om de politieauto door het werkvak te laten.
Meer weten?
Nood- en hulpdiensten gaan voor!
Vooraf zijn er afspraken gemaakt over hoe je met nood- en hulpdiensten om moet gaan. Roep de ploeg, maar ook de bestuurders van het werkverkeer aan om de doorrit vrij te maken. Als het nodig is, gebruik je een kegel om aankomende tram(s) te stoppen. En let erop dat het overige verkeer niet het werkvak in rijdt.
Meer weten?
Vertraging kan van levensbelang zijn
Goed dat je de politieauto voorrang geeft! Maar zo verliest de politieauto alsnog kostbare tijd.

Je weet door de afspraken uit het V&G-plan dat nood-en hulpdiensten door het werkvak mogen. De ploeg en de bestuurders van het “werkverkeer” moeten dan wel eerst het werkvak vrij maken.
Spoedgevallen vragen om aanpassing
Voor politieauto's met zwaailichten geldt dat niet. Zij gaan niet langs het werkvak, maar erdoor.

Volgens de vooraf gemaakte afspraken, vastgelegd in het V&G-plan roep je de ploeg en de bestuurders van het werkverkeer aan om het werkvak vrij te maken, zodat de politieauto een vrije doorgang door het werkvak heeft.
Meer weten?
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Langdurige assistentie
Je gaat met een ploeg op pad om werkzaamheden uit te voeren in een drukke straat.

Bij het start-werkoverleg kom je erachter dat het (tram)verkeer van twee kanten het werkvak in kan komen.

En je bent de enige vhp-tram!
JOUW TAAK
Je weet dat je niet het overzicht kan houden in je eentje. Je inspecteert het werkvak. Je merkt dat je onvoldoende overzicht hebt om je taak goed uit te kunnen voeren. Je twijfelt wat je moet doen. Je hebt extra kegels om trams te weren.

HET IS JOUW BEDOELING...
de juiste maatregelen te nemen om de werkzaamheden veilig te starten.
WAT DOE JE NU?
A
Ik overleg met de uitvoerder en vraag om een extra vhp-tram/verkeersregelaar.
A
Ik overleg met de uitvoerder en vraag om een extra vhp-tram/verkeersregelaar.
B
Ik plaats een kegel aan één kant van het werkvak zodat daar geen verkeer door kan komen.
B
Ik plaats een kegel aan één kant van het werkvak zodat daar geen verkeer door kan komen.
C
Ik blijf letten op beide richtingen en vraag de ploeg goed op mijn aanwijzingen te letten.
C
Ik blijf letten op beide richtingen en vraag de ploeg goed op mijn aanwijzingen te letten.
Meer weten?
Nemen van maatregelen
Dat is juist! Je moet de uitvoerder vragen om assistentie van een extra vhp-tram/ verkeersregelaar. Dit mag ook een ploeglid zijn, als deze gecertificeerd vhp-tram/verkeersregelaar is.
Meer weten?
Blokkeren van verkeer
Hoewel een kegel plaatsen veilig is, kan hierdoor stagnatie van verkeer ontstaan, omdat de tram de omgeving blokkeert. Je vraagt de uitvoerder om assistentie van een extra vhp-tram/verkeersregelaar. Dit mag ook een ploeglid zijn als deze gecertificeerd vhp-tram/verkeersregelaar is.
Meer weten?
Gebrek aan overzicht
In een drukke straat met verkeer van twee kanten heb je gebrekkig overzicht. Wanneer je een kegel aan één kant gebruikt, stagneert het verkeer. Om veilig te kunnen werken vraag je de uitvoerder om assistentie van een extra vhp-tram/verkeersregelaar. Dit mag ook een ploeglid zijn, mits deze gecertificeerd vhp-tram/verkeersregelaar is.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Onvoldoende wijkplaats in noodsituatie
In sommige situaties waar geen wijkplaats buiten het spoor is, gebruiken we het naastgelegen spoor als wijkplaats.

Maar wat doe je in een noodsituatie, waarin het naastgelegen spoor niet beschikbaar is?

Je werkt met je ploeg aan het spoor en er komt een tram aan.

Je geeft de tram het sein om te stoppen.

Maar je handsein wordt niet opgepikt.
JOUW TAAK
De tram komt richting het werkvak en je kunt de ploeg niet naar het naastgelegen spoor laten uitwijken omdat daar een tram rijdt.

HET IS JOUW BEDOELING...
om de ploeg in veiligheid te brengen.
WAT DOE JE NU?
A
Ik fluit het "Noodsignaal" voor de ploeg en ga naar de openbare weg.
A
Ik fluit het "Noodsignaal" voor de ploeg en ga naar de openbare weg.
B
Ik fluit het "Noodsignaal" voor de ploeg.
Ik maak een vluchtweg voor mij en de ploeg. Ik sein verkeer om te stoppen zodat de ploeg de openbare weg op kan vluchten.
B
Ik fluit het "Noodsignaal" voor de ploeg.
Ik maak een vluchtweg voor mij en de ploeg. Ik sein verkeer om te stoppen zodat de ploeg de openbare weg op kan vluchten.
C
Ik fluit het "Noodsignaal" voor de ploeg en ren voor de tram langs van het naastgelegen spoor naar de andere kant in het werkvak. De ploeg zal dat niet redden maar dat zoeken ze zelf maar uit.
C
Ik fluit het "Noodsignaal" voor de ploeg en ren voor de tram langs van het naastgelegen spoor naar de andere kant in het werkvak. De ploeg zal dat niet redden maar dat zoeken ze zelf maar uit.
Meer weten?
Goed dat je voorbereid bent
Voorbereiden op noodsituaties is het beste. Je geeft de ploeg steeds vooraf aan op welke manier ze moeten reageren en vluchten nadat jij het "Noodsignaal" fluit. Daar ben jij verantwoordelijk voor! Zo kunnen jij en de ploeg op een beheerste manier het werkvak verlaten.

Hier zou je het afzethek kunnen gebruiken om een vluchtweg te creëren richting het trottoir voor jou en de ploeg.
Meer weten?
Altijd goed reageren op noodsituaties
Nadat je het "Noodsignaal" gefloten hebt, denk je ook aan het naderende gevaar van het wegverkeer. De ploeg is immers nog niet in veiligheid gebracht!

Hier zou je het afzethek kunnen gebruiken om een vluchtweg te creëren, richting het trottoir voor jou en de ploeg.
Meer weten?
Noodsignaal doorgeven
Goed dat je het "Noodsignaal" geeft en gezien hebt dat het andere spoor niet als wijkplaats beschikbaar is. Je moet wel meteen weer in actie komen door de auto’s te weren. Voor jezelf, maar ook voor de ploeg, die het op dezelfde manier het spoor verlaat. Hier zou je het afzethek kunnen gebruiken om een vluchtweg te creëren, richting het trottoir voor jou en de ploeg.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Smalle straten
Bekijk eerst de knoppen met spoorsituaties voor je de vraag kunt doen.

Zie hieronder een paar voorbeelden:




In smalle straten moet je het verkeer om-en-om door de straat laten rijden.
Daarvoor heb je altijd een tweede vhp-tram/verkeersregelaar nodig. Alleen zo kan je overzicht houden.
Dubbelspoor
Strengelspoor
Enkelspoor
JOUW TAAK
Op het smalle deel van de Utrechtsestraat rijdt het tramverkeer in twee richtingen over enkelspoor.

De belijning op het wegdek wordt vandaag vernieuwd.

Jij bent als enige vhp-tram aanwezig en de werkzaamheden beginnen over 10 minuten. De uitvoerder wil graag op tijd beginnen.

HET IS JOUW BEDOELING...
de werkzaamheden op deze locatie veilig te laten uitvoeren.
WAT DOE JE NU?
A
Ik laat de werkzaamheden beginnen want we moeten op tijd klaar zijn.
A
Ik laat de werkzaamheden beginnen want we moeten op tijd klaar zijn.
B
Ik laat de werkzaamheden niet beginnen want er is een tweede vhp-tram/verkeersregelaar nodig.
B
Ik laat de werkzaamheden niet beginnen want er is een tweede vhp-tram/verkeersregelaar nodig.
C
Ik laat de werkzaamheden nog niet beginnen, ik regel eerst dat er een rode kegel aan de andere kant staat.
C
Ik laat de werkzaamheden nog niet beginnen, ik regel eerst dat er een rode kegel aan de andere kant staat.
Meer weten?
Veilig en volgens afspraak
Goed! In deze situatie is een kegel bij het andere wissel niet voldoende. In deze situatie kan alleen veilig gewerkt worden met assistentie van een tweede vhp-tram/verkeersregelaar, waarmee je kunt communiceren. Alleen op die manier kan het (tram)verkeer op een veilige en efficiënte manier om-en-om door de straat worden geleid.
Meer weten?
Let op de doorstroming
Goed dat je eraan denkt dat de tram van twee kanten komt. Maar als enige vhp-tram/verkeersregelaar is het niet mogelijk om overzicht te houden. Dan moet je tussen de wissels heen en weer te lopen om de kegels om de beurt te verwijderen en de tram door te laten. Niet alleen de tram, maar ook het overige verkeer moet hier om de beurt om het werkvak geleid worden.

Daarom moet je met een tweede vhp-tram/verkeersregelaar bij het andere wissel in contact staan en om de beurt het (tram)verkeer door laten.
Meer weten?
Zorg voor veiligheid!
Goed dat je denkt aan de planning, maar eerst moet de veiligheid worden geregeld. Dat is tenslotte jouw taak.

In deze situatie komen trams van twee kanten. Een kegel bij het wissel om de tram te weren is dan niet voldoende. Het is pas veilig als bij beide wissels, die tot dit enkelspoor leiden, een vhp-tram/verkeersregelaar staat. Zo kan het (tram)verkeer op een veilige en efficiënte manier om de beurt door de straat worden geleid.
Smalle straten
Bekijk eerst de knoppen met spoorsituaties voor je de vraag op de volgende pagina kan beantwoorden.

Zie hieronder een paar voorbeelden:




In smalle straten moet je het verkeer om-en-om door de straat laten rijden.
Daarvoor heb je altijd een tweede vhp-tram/verkeersregelaar nodig. Alleen zo kan je overzicht houden.
Dubbelspoor
Strengelspoor
Enkelspoor
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Trams uit meerdere richtingen
Klik eerst op de knoppen voor je de vraag mag doen.
Er zijn verschillende situaties waarin het moeilijk is in je eentje overzicht te houden:



Onoverzichtelijke boog
T-kruising
Volledige ster-kruising
JOUW TAAK
Vandaag werk je op een drukke kruising in het centrum van Amsterdam. Van alle kanten kunnen trams komen die het werkvak willen doorkruisen.

In overleg met de andere verkeersregelaars bepaal jij het moment waarop de trams veilig door het werkvak kunnen rijden.

Je houdt je aan de regels die zijn afgesproken met de andere verkeersregelaars.

HET IS JOUW BEDOELING...
op een veilige manier trams te laten passeren.
WAT DOE JE NU?
A
Ik spreek de volgorde waarop de trams doorgelaten worden af in het startwerkoverleg.
A
Ik spreek de volgorde waarop de trams doorgelaten worden af in het startwerkoverleg.
B
Ik wacht tot een tram voor het werkvak staat. Ik stop de tram voor het werkvak en laat de ploeg uit het werkvak stappen om de tram door te laten.
B
Ik wacht tot een tram voor het werkvak staat. Ik stop de tram voor het werkvak en laat de ploeg uit het werkvak stappen om de tram door te laten.
C
Als er een tram komt, fluit ik het "Noodsignaal" en spring ik met mijn ploeg aan de kant.
C
Als er een tram komt, fluit ik het "Noodsignaal" en spring ik met mijn ploeg aan de kant.
Meer weten?
Vooraf afstemmen is de beste oplossing
De veiligheidspersoon, die bij de ploeg staat, bepaalt wanneer de trams naar het werkvak kunnen komen. De trams worden zoveel mogelijk het werkvak binnengelaten in de volgorde zoals in het startwerkoverleg is afgesproken.
Meer weten?
Blokkeer het verkeer niet
Je kunt de tram inderdaad nog voor het werkvak laten stoppen. Alleen als er een volledige tramlengte tussen kruising en werkvak zit (ca. 30 meter) is dit de juiste oplossing.

Als het werkvak dichtbij de kruising is, zal deze (deels) geblokkeerd worden voor de andere weggebruikers. Dat is niet nodig!

De trams worden zoveel mogelijk het werkvak binnengelaten in de volgorde, zoals in het startwerkoverleg is afgesproken. Maar dit kan alleen als de vhp-tram bij de ploeg aangeeft dat het werkvak ontruimd is.
Meer weten?
Veroorzaak geen paniek
Als de tram doorrijdt, is het "Noodsignaal" fluiten de laatste oplossing. Maar dit had je kunnen voorkomen. Je kunt de tram altijd nog voor het werkvak stoppen en dan de ploeg naar de wijkplaats laten gaan. Als het werkvak 30 m van de kruising is verwijderd, kan de tram hier stoppen, zonder hinder voor overige verkeersdeelnemers. Bij een kleinere afstand zal de tram de kruising (voor een deel) blokkeren voor overige verkeersdeelnemers. Het is beter om deze situatie te voorkomen door in het startwerkoverleg afspraken met elkaar te maken over het aanmelden van de trams. Volg de afgesproken volgorde. Heeft de vhp-tram/verkeersregelaar bij de ploeg aangegeven dat de tram erdoor kan? Dan kun je deze door het werkvak laten rijden .
Trams uit meerdere richtingen
Bekijk eerst de knoppen voor je de vraag mag doen.
Er zijn verschillende situaties waarin het moeilijk is in je eentje overzicht te houden:
Onoverzichtelijke boog
T-kruising
Volledige ster-kruising
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
Elektrocutiegevaar bij kunstwerken
Je moet minimaal 0,5 meter bij de bovenleiding vandaan blijven. Dat geldt ook voor een vrachtwagen.

Voor hef- en hijswerktuigen zonder hoogtebegrenzer is dit zelfs 1 meter.


Voorbeeld laaghangende bovenleiding
A
Dat mag niet, de afstand tussen bovenleiding en vrachtwagen is minder dan 0,5 meter.
A
Dat mag niet, de afstand tussen bovenleiding en vrachtwagen is minder dan 0,5 meter.
B
Dat mag, als de kraan maar onder het hoogste punt van de laswagen blijft
(0,1 meter van bovenleiding).
B
Dat mag, als de kraan maar onder het hoogste punt van de laswagen blijft
(0,1 meter van bovenleiding).
C
Dat mag, met een hoogtebegrenzer is er geen gevaar voor elektrisering.
C
Dat mag, met een hoogtebegrenzer is er geen gevaar voor elektrisering.
Meer weten?
Een lasbus mag hier niet gebruikt worden
Goed! Bij een doorrijdhoogte van 3,9 meter mag de vrachtwagen sowieso niet ingezet worden. De vrachtwagen mag dan wel als een machine beschouwd worden die op een hoogte van 3,8 meter is begrensd. Toch moet er altijd een afstand van 0,5 meter tot de bovenleiding gerespecteerd worden.

Bij doorgangen met een verlaagde bovenleiding mag een lasbus (met til-hulp) NIET ingezet worden.

Je dient minimaal 0,5 meter afstand te houden van de bovenleiding. Voor hef- en hijswerktuigen geldt dat zij zonder hoogtebegrenzer minimaal 1 meter afstand dienen te houden.
Meer weten?
Tillen tot de bovenkant laswagen
Een laswagen is geen hefwerktuig. De bovenkant van de laswagen moet altijd 0,5 meter bij de bovenleiding vandaan blijven. Ook voor een kraan geldt dat je de minimale afstand van 1 meter (of 0,5 meter als de kraan een hoogtebegrenzer heeft) van de bovenleiding weg moet blijven, als deze niet is afgeschakeld en kortgesloten.
Meer weten?
Tillen met hoogtebegrenzer
Een hoogtebegrenzer is een instelbare begrenzing aan de maximale hoogte van een hef- of hijswerktuig om schade en letsel te voorkomen of te beperken.

Een laswagen is geen hefwerktuig. De bovenkant van de laswagen moet altijd 0,5 meter bij de bovenleiding vandaan blijven. Voor de kraan geldt dat je de minimale afstand van 1 meter (of 0,5 meter als de kraan een hoogtebegrenzer heeft) van de bovenleiding weg moet blijven, als deze niet is kortgesloten.
JOUW TAAK
Jouw ploeg moet aan het werk bij een spoor waar de bovenleiding op 3,9 meter hangt.

Het hoogste punt is het zwaailicht op het dak van de vrachtwagen; 3,8 meter.

HET IS JOUW BEDOELING...
om op de veiligheid van de ploeg te letten. Jij ziet dat ze met het hefwerktuig op de laswagen aan het werk willen.

WAT DOE JE NU?
Elektriseringsgevaar bij kunstwerken
Je moet minimaal 0,5 meter bij de bovenleiding vandaan blijven. Dat geldt ook voor een vrachtwagen.

Voor hef- en hijswerktuigen zonder hoogtebegrenzer is dit zelfs 1 meter.


Voorbeeld laaghangende bovenleiding
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
VERVOLG
Oefen deze les zo vaak als nodig is, totdat je alle situaties juist hebt opgelost.

Wanneer je klaar bent ga je verder met de toets 'Oefenen met voorbeelden'.
RESULTAAT
Je hebt 0 van de 8 situaties juist opgelost.

Dat kan beter… Het wordt aangeraden om nogmaals deze les door te nemen.
BIJZONDERE SITUATIES IN DE VERVOERREGIO AMSTERDAM
AFSLUITING
Dit is het einde van de bijzondere situaties in de Vervoerregio Amsterdam. In deze oefening heb je geleerd:
  • hoe je overig wegverkeer (achter de tram) moet weren uit het werkvak;
  • hoe je taxi’s en hulpverleningsdiensten zonder zwaailamp weert en laat passeren;
  • hoe om te gaan met hulpverleningsdiensten met zwaailamp;
  • wat te doen als je langdurige assistentie nodig hebt;
  • hoe te reageren in een noodsituatie met weinig wijkplaats;
  • hoe te handelen bij een om-en-om situatie in een nauwe straat;
  • hoe de maatregel ‘beheerste toelating op afstand’ toe te passen met extra verkeersregelaar(s)/vhp-tram bij onoverzichtelijke situaties;
  • hoe te werken in een tunnel;
  • hoe om te gaan met werkvoertuigen in doorgangen waarbij de bovenleiding erg laag hangt.
Samenvatting
Deze situaties komen dagelijks voor bij werkzaamheden in de Vervoerregio Amsterdam. Het is daarom handig om te weten wat je moet doen bij deze bijzondere situaties. De werkploeg rekent er tenslotte op dat jij voor de veiligheid zorgt. Deze situaties in de Vervoerregio Amsterdam worden niet specifiek genoemd in het VVW-Tram. In deze oefening hebben we laten zien hoe je met deze situaties om dient te gaan. Veiligheid gaat voor alles.

Vervolg
In het volgende onderdeel ga je oefenen met voorbeelden die we hebben behandeld tijdens deze modules.
Wegverkeer weren algemeen
Voertuigen met ontheffing
Zwaailichten (en sirene) begeleiden
Assistentie vragen
Onvoldoende wijkplaats
Om-en-om regeling
Trams uit meerdere richtingen
Lage doorrijdhoogtes: til-hulp
Wegverkeer weren algemeen
Bij het weren van wegverkeer werkt de vhp-tram in een combinatierol. Je werkt namelijk ook als verkeersregelaar. Hiervoor moet je wel gecertificeerd verkeersregelaar (vr) zijn.

Jij laat de trams door het werkvak en stopt op nette wijze de overige verkeersdeelnemers, om deze langs het werkvak te leiden. Het kan dan zijn dat auto’s achter de tram aan willen. Dan is het jouw taak om daar snel op te reageren en het wegverkeer terug naar de openbare weg langs het werkvak te leiden.

Als er geen automatisch klaphek is dat sluit na het passeren van de tram, doe je dit door het plaatsen van een kegel of een schrikhek voor het werkvak.
Voertuigen met ontheffing
Hulpverleningsdiensten zonder zwaailicht moet je zien als algemeen wegverkeer. Dit geldt ook voor taxi’s en andere voertuigen met ontheffing. De ontheffing telt niet bij een werkvak. Alleen voor nood- en hulpdiensten met zwaailicht worden bijzondere afspraken in het V&G-plan vastgelegd.

Hoewel bestuurders haastig kunnen overkomen, hebben zij niet het recht de orde van het wegverkeer te verstoren.
Zwaailichten (en sirene) begeleiden
Nood- en hulpdiensten met zwaailicht (en sirene) zijn voorrangsvoertuigen, ook bij het passeren door of langs een werkvak. Laat de ploeg en andere weggebruikers de doorrit voor de hulpdienst(en) vrij maken.

De manier waarop de nood- en hulpverleningsdiensten langs of door het werkvak geleid worden, is afhankelijk van de afspraken vastgelegd in het V&G-plan.
  • Moet de nood-en hulpdiensten langs het werkvak? Dan is jouw taak het verzorgen van een vrije doorgang voor de hulpdiensten langs het werkvak.
  • Moet de nood-en hulpdiensten door het werkvak? Dan is jouw taak om jouw ploeg en materieel uit het werkvak te krijgen en een vrije doorgang in het werkvak te verlenen.
Assistentie vragen
De vhp-tram kan om een extra vhp-tram/verkeersregelaar vragen. Bijvoorbeeld bij een onoverzichtelijke situatie of stagnatie van verkeer.

In een situatie waarbij je voor een korte tijd je taak als vhp-tram moet opgeven, is assistentie vragen niet nodig. Je kunt dan ook gewoon een kegel in het spoor zetten om de ploeg tegen aanrijdingen te behoeden.

Bijvoorbeeld: het laten binnenrijden van een vrachtwagen in het werkvak.

Ontstaat er tijdens de werkzaamheden stagnatie bij tram-, of overig verkeer? Dan is het wel verstandig om assistentie van een extra vhp-tram/verkeersregelaar te vragen.

Bijvoorbeeld: Tijdens het storten van beton komen er meer betonmixers dan besteld. Zij moeten op een verantwoorde manier elders tegengehouden worden om de kruising niet te blokkeren. Dan kun je het niet af met een kegel en is inzet van tweede verkeersregelaar noodzakelijk.
Onvoldoende wijkplaats
Hoewel dit nog nooit is voorgekomen, moet je ook in dit soort situaties weten wat je moet doen.

Fluit het "Noodsignaal" (minimaal 5 korte tonen) over het aankomende gevaar en wijs gelijktijdig welke kant ze op moeten vluchten. Het naastgelegen spoor kan in deze situatie niet, omdat daar een tram rijdt, dus wijs je op de rechterkant van het spoor. Je geeft het stopsein aan het overige verkeer en creëert voor de ploeg (eventueel met behulp van een afzethek) een vluchtweg de straat op.

Het is het beste om op dit soort gevaren voorbereid te zijn en dit vooraf aan de start van de werkzaamheden door te spreken met jouw ploeg in het startwerkoverleg
Om-en-om regeling
Op een locatie met een om-en-omregeling is een tweede vhp-tram/verkeersregelaar nodig. Deze staat bij het andere wissel/verstrengeling. Daar laat hij (tram)verkeer door, nadat jij hebt aangegeven dat de ploeg uit het spoor is en aan jouw kant de straat weer is afgesloten voor al het verkeer.

Hetzelfde geldt voor dubbelspoor in smalle straten. De tram kan immers niet doorrijden als het overig verkeer over zijn spoor om het werkvak geleid wordt geleid.
Trams uit meerdere richtingen
Vooraf afspraken maken over het aanmelden van door het werkvak rijdende tramlijnen is van groot belang. Net als de volgorde van oprijden in combinatie met al dan niet aanwezige verkeersregelinstallaties en het laten aansluiten van nieuw aangekomen trams. Zo hoeft er minder vaak gestopt te worden. En kunnen de trams achter elkaar door het werkvak rijden zonder extra vertraging op te lopen.

Voor aanvang van werkzaamheden zorg je dat je met jouw collega’s vhp-tram/verkeersregelaar afspraken maakt over:
  • de manier van trams aanmelden. (lijn-nummer, eventuele afwijking op dienstregeling, hoeveelste tram in de wacht, etc.);
  • alleen trams doorlaten als de vhp-tram bij de ploeg aangeeft dat de ploeg uit het spoor is;
  • de volgorde van oprijden in combinatie met de verkeersregelinstallatie;
  • wanneer het overige verkeer de tram voor moet laten gaan en hoe dit op de kruising te regelen;
  • hoe om te gaan met trams die tijdens het oprijden nog kunnen aansluiten en wanneer niet.
Hoe duidelijker de afspraken gemaakt worden in het startwerkoverleg, hoe minder stagnatie de ploeg en tramexploitatie ondervinden.
Lage doorrijdhoogtes: til-hulp
De til-hulp zonder hoogtebegrenzer mag in gevaarlijke situaties niet worden ingezet.
Als de bovenleiding NIET is afgeschakeld en NIET is kortgesloten dan gelden de volgende regels:
  • Het hoogste punt van de vrachtwagen moet minimaal 0,5 meter bij de bovenleiding vandaan blijven.
  • Een hef- of hijswerktuig op de vrachtwagen (kraan, kipper, afsluitbare laadklep etc.)
    - Met hoogtebegrenzer tot 0,5 meter afstand tot de bovenleiding.
    - Zonder hoogtebegrenzer tot 1 meter afstand tot de bovenleiding.
MEER INFO
DUBBELSPOOR
STRENGELSPOOR
IN TWEE RICHTINGEN BEREDEN ENKELSPOOR
ONOVERZICHTELIJKE BOOG
T-KRUISING
VOLLEDIGE STER-KRUISING
VOORBEELD LAAGHANGENDE BOVENLEIDING
Bijzondere situaties in vervoerregio Amsterdam
Bijzondere situaties bij GVB